De pensioenen van pensioenfondsen die al zijn overgestapt naar het nieuwe stelsel, zijn gemiddeld met 14 procent gestegen door die overgang. Dat geldt inmiddels voor de helft van de pensioendeelnemers. Dat meldde demissionair minister Paul (Sociale Zaken) in een update over de transitie van het nieuwe stelsel. De overgestapte pensioenfondsen hoeven minder buffers aan te houden voor slechte tijden. En de hoogte van de uitkering mag sneller meebewegen met de financiële markten. Daardoor kan het pensioen in het nieuwe stelsel sneller omhoog, maar ook omlaag. Uiterlijk 1 januari 2028 moet de overgang zijn afgerond. Van de vijf grote fondsen zijn er inmiddels drie al overgegaan: PFZW, PMT en BPF Bouw. De andere twee grote fondsen (ABP en PME) maken per 2027 de overstap. Daarnaast zijn het vooral de kleine werkgevers die nog over moeten.
Ook interessant
Wat zijn zware beroepen?

TNO heeft nieuwe informatie gepubliceerd voor cao-partijen die een RVU-regeling voorbereiden.
Lees meerDoorwerken na de AOW-leeftijd

Doorwerken na de AOW-leeftijd wordt in Nederland steeds normaler. In de eerste helft van 2026 zijn in 11 van de 214 cao-akkoorden afspraken gemaakt voor mensen die na hun AOW-leeftijd willen blijven werken.
Lees meerExtra koopkrachtinstrumenten voor pensioenen nog onzeker

Alle mogelijke manieren om de koopkracht van pensioenen beter te beschermen hebben voordelen én nadelen. Dat schrijft minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een brief aan de Tweede Kamer van 21 mei.
Lees meer